07-11-08

kerktoren naar beneden

Een toren, meer een toren van een vervallen kerk, of eerder van een zeer oude constructie, maar geen ruïne. Een bouw van naar schatting tijdens de middeleeuwen, de riddertijd. De kerk bevindt zich in mijn dorp, maar deze kerk die ik zie heeft nooit in mijn dorp gestaan, het voelde vreemd aan, ik zeg kerk, het is enkel de toren die er nog rest. De toren die trouwens cilindrisch is voelde koud aan, grijs, geen leven, geen gevoel, duister, maar net niet angstaanjagend in de termen van horror of thriller. Ik begeef mij met een aantal kennissen in de toren. Trappen naar beneden, ronde trap, de trede waren van enorme massieve natuursteen, van die rotsblokken waar ze ook kinderkopjes van maken. Aan de kop van elke trede was het door de ouderdom aldus afgesleten dat geen enkele trede recht is. De cilindrische trap gaat vreemd genoeg niet naar boven, maar naar beneden, of tenminste, wij zijn naar beneden gegaan. Om de zoveelste dieptegang waren er toch een paar gaten in  de muur voor enig lichtinval, wat ook weer vreemd was, we zaten tenslotte al in de grond.  Koel, beetje luguber, niet veelbelovend alleszins wat we te zien gaan krijgen, maar niets was minder waar. Eenmaal beneden kwamen we in een ruimte terecht die compleet anders is. Geen grote ruimte, maar een zeer gemoedelijke sfeervolle ruimte waar vroeger de kerkdienst voor een beperkte groep werd gehouden. Aan de rechterkant stond een mooie uit de hand gesneden houten preekstoel, een soort mengeling van preek en biechtstoel. He, da’s vreemd: naar links kijkend een prachtige altaar, met een, jawel een tapkraan. Een tapkraan? Zou het dan een of andere orde geweest zijn, paters??? De vloer was geplaveid met gigantische bombastische grote natuursteen die een heel warme tint had. Enkel kaarsverlichting, het hele interieur was met warme tinten gekleed, ook het hout accentueerde die warme tint. Kortom, het was voor mij “the place to be”. De hele ruimte was er één compleet naar mijn smaak, hout, kaarsen, natuursteen, robuust, elegant, simpel, en toch met een oase van innerlijke rust en zaligheid. Hier komt de mens tot innerlijke rust met een gevoel in het paradijs te zitten, en ik bedoel geen hemels paradijs in de goddelijke betekenis. Ik was gewoon met verstomming verbaast met al deze pracht een praal in deze ruimte dat in schril contrast stond met het koele uiterlijke van de bouw. Op welk moment ik juist wakker werd weet ik niet meer.

 

15:45 Gepost door watje in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.