27-02-09

de knikker, de boon en het verzonken paradijs

Het is de eerste keer dat ik het gevoel had dat ik een droom voor een gedeelte zelf kon sturen, maar was dat wel zo, nee toch weer niet, ik ben er niet zeker van dat ik mijn eigen droom heb gestuurd. En indien wel, dan was er weer een element die te voorschijn kwam die mijn sturing in de war brengt. Hoe mijn droom begonnen is weet ik niet meer, dus ik begin maar te vertellen op een moment dat ik het mij herinner. De knikker en de boon, ze hadden allebei de structuur van een parel, glazig maar niet perfect. De knikker was zo met wolkjes getint, geen kleur, de kleur van een parel, de boon had dezelfde kleur, maar met nuances zoals een witte grote boon. Beide had ik ze in mijn handen wandelend door een mooi natuurgebied, eerder wat mysterieus. Met vele vijvertjes waarvan het water die typische groene schijn hebben niet door te gronden om te zien hoe diep het is. Van de ene plaats, want het was alsof het gebied ingedeeld was in sectoren ging ik naar de andere plaats. Ik merkte van wat ik allemaal mee maak de oorzaak  ervan aan de magische krachten van de boon lag. Op een gegeven moment kniel ik mij aan de oever van een vijver, deze keer was het water wat helderder. Maar er gebeurde iets vreemds: ik liet mijn knikker en boon in het water vallen. De knikker dreef en kwam terug op het kleine stukje zandige strand. De boon zonk en dreef maar een dertigtal centimeter van mij weg. De knikker nam ik mee, maar desondanks ik gemakkelijk ook de boon had kunnen nemen heb ik ze laten liggen. Dit was het moment dat ik dacht controle te hebben over mijn droom, ik voelde aan de die boon de oorzaak was van het gebeuren met mij en nam de beslissing ze te laten liggen. Ik realiseerde mij dat ik niet alleen was, er was een hond die mij gezelschep hield, niet mijn hond, ken de naam nog niet eens van de hond. Ik wandelde verder naar de volgende sector, de hond liep met mij mee. Maar toch na enige afstand (en nu gebeurde alles zowat tegelijkertijd wardoor ik nu niet meer weet wat exact het eerste voor kwam) zag ik een bijzondere vijver, de hond liep weg richting vanwaar we gekomen waren. De hond liep terug naar de boon en nam ze uit het water en bracht de boon naar mij, op dat moment voelde ik de magische kracht weer. Ik zag in de vijver een complete vestiging, enkel een deel van de bovenverdieping en de daken zag ik nog, het dorpje was verzonken in de vijver, de huizen waren allemaal van die bruine klei gemaakt, vergelijkbaar met huizen in de woestijn, maar zonder enige teken van godsdienst. Het gaf een heel aangenaam gevoel. Het was een gevoel dat ge het paradijs had gevonden. Het vreemde was dat de boon mij eigenlijk vertelde (niet via een stem, maar via het gevoel) dat ik op onderzoek moet gaan en moet gaan duiken met flessen. Mijn droom stopte hier, mijn wekker ging af.

09:56 Gepost door watje in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.